Voor de tentoonstelling Vorm en vaderland zijn verschillende objecten uit de Koninklijke Verzamelingen in bruikleen gegeven. De tentoonstelling maakt duidelijk dat een natiestaat niet vanzelf ontstaat, maar steeds opnieuw wordt opgebouwd in beelden, rituelen en ontwerpen. Juist daardoor worden grote ideeën als grenzen, burgerschap en verbondenheid zichtbaar en herkenbaar.
Dat geldt ook voor de grondwetten uit onze collectie, niet alleen de tekst zelf vormt het fundament van de staat, ook de uiterlijke vorm ervan vertelt een verhaal, waarbij zelfs het staatshoofd invloed had op de vormgeving. Tegelijk laat de tentoonstelling zien dat zulke ontwerpen nooit neutraal zijn. Ze drukken macht uit, markeren wie erbij hoort en roepen de vraag op wie eigenlijk mag bepalen hoe een nationale identiteit eruitziet.