Onafhankelijk onderzoek objecten met koloniale herkomst in Koninklijke Verzamelingen afgerond

In 2022 benoemde het bestuur van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje Nassau (SHVON) een commissie voor de begeleiding van een onafhankelijk onderzoek naar de rechtmatigheid en rechtvaardigheid van de aanwezigheid van objecten met een koloniale herkomst die behoren tot de Koninklijke Verzamelingen.

Publicatiedatum

28 mei 2026

Dit onderzoek is afgerond en de commissie heeft haar bevindingen en aanbevelingen op 13 mei 2026 aan het bestuur van de SHVON gepresenteerd.

Het bestuur van de SHVON, bestaande uit Hare Majesteit Koningin Máxima (voorzitter), de heer drs. P.J. Schoon en mevrouw mr. L.J. Griffith, is de commissie zeer erkentelijk. Voorzitter Koningin Máxima: “Wij zijn dankbaar voor het grondige, onafhankelijke onderzoek begeleid door de commissie onder voorzitterschap van prof. dr. Ekkart. We omarmen de conclusies en nemen alle aanbevelingen graag over. Een zorgvuldige omgang met de koloniale collectieonderdelen binnen de Koninklijke Verzamelingen is van wezenlijk belang. Hiervoor is nu een solide basis gelegd. De komende tijd werken wij voortbouwend op de aanbevelingen van de commissie verder aan het toegankelijk maken van de beschikbare informatie over objecten die in koloniale situaties zijn verworven. Transparantie is een voorwaarde voor een open gesprek met betrokkenen uit de landen van herkomst.”

Het onderzoek moet een passende bijdrage leveren aan de zorgvuldige omgang met koloniale collecties en het herstel van historisch onrecht. Zijne Majesteit de Koning en Koningin Máxima voelen een sterke verantwoordelijkheid voor een rechtmatig en rechtvaardig beheer van objecten binnen de Koninklijke Verzamelingen en hechten groot belang aan onafhankelijk onderzoek.

Hoewel de collectie van de SHVON een particuliere collectie is en geen rijkscollectie, is getracht de aanbevelingen zo veel mogelijk te laten aansluiten bij het rijksbeleid met betrekking tot koloniale collecties.

Conclusies en aanbevelingen

Vrijwel de gehele verzameling koloniale objecten bestaat uit geschenken. Voor het overgrote deel van deze geschenken geldt dat, hoewel ze zijn gegeven in een context van ongelijke koloniale verhoudingen, er tijdens het onderzoek geen directe indicatoren van onvrijwilligheid zijn aangetroffen. Van een klein deel van de geschenken is de aanwezigheid in de collectie van de SHVON mogelijk niet rechtmatig en rechtvaardig. Het gaat hierbij om objecten die door de schenkers als buit zijn meegenomen en/of anderszins zijn te koppelen aan militaire acties. Enkele van de belangrijkste voorbeelden van schenkingen waarbij ernstige twijfels bestaan over de vrijwilligheid:

  • Een donderbus (historisch handvuurwapen) van Raden Intan, vorst van Keratuan Darah Putih (koninkrijk in Lampung), in 1856 door Nederlandse militairen aldaar gedood waarna dit wapen aan Koning Willem III werd geschonken;
  • Een rond schild (Périsé awi) van een krijgsoverste uit Atjeh, vermoedelijk in 1877 buit gemaakt tijdens de expeditie naar Samalanga en geschonken aan Koning Willem III;
  • Gouden amuletketting (Simplah), in 1909 geschonken door de districtshoofden van Pidië en Meureudoe (Atjeh) voor de geboorte van Prinses Juliana, niet lang na vijandelijkheden.

Het bestuur van de SHVON deelt de opvatting van de commissie dat de vraag naar de rechtmatigheid en rechtvaardigheid van de aanwezigheid van koloniale objecten in de Koninklijke Verzamelingen niet eenzijdig is te beantwoorden, maar enkel in samenspraak met vertegenwoordigers van de vroegere koloniën. Op aanraden van de commissie stelt de SHVON de verzamelde onderzoeksgegevens daarom zo snel mogelijk digitaal beschikbaar om optimale transparantie te bereiken. Het stichtingsbestuur heeft hier middelen voor gereserveerd en een onderzoeker gevraagd hier invulling aan te geven. Op basis van gedeelde kennis over de collectie kunnen vervolgens gesprekken worden gevoerd met betrokkenen uit de landen van herkomst over de toekomst van objecten waarover ernstige vragen zijn gerezen.

Om die mogelijke gesprekken goed te laten verlopen, zal de SHVON zich door deskundigen laten adviseren. Met het afronden van het onderzoek start hiermee een nieuwe fase in de omgang met de koloniale objecten in de Koninklijke Verzamelingen.

Donderbus van Raden Intan, geschenk aan Koning Willem III in 1856, HTB-055, in langdurig bruikleen aan Museum Bronbeek ArnhemRond schild (Périsè awi) uit Atjeh, geschenk aan Koning Willem III, HTB-171, in langdurig bruikleen aan Nationaal Militair Museum SoesterbergAmuletketting (Simplah), geschenk van de districtshoofden van Pidië en Meureudoe (Atjeh) voor de geboorte van Juliana in 1909
Onderzoek

Het uitgevoerde onderzoek heeft zich gericht op de nog in de verzamelingen aanwezige objecten met een koloniale herkomst, waaronder ook de stukken die in (langdurig) bruikleen aan musea zijn gegeven. Het onderzoek betrof daarmee ruim duizend voorwerpen, vooral afkomstig uit Indonesië, Suriname en de Caribische eilanden en enkele objecten uit voormalige koloniën van andere mogendheden. Bijna alle nog aanwezige objecten zijn door schenking verworven. Voor wat betreft het voormalige Nederlands-Indië gaat het om geschenken van lokale vorsten, van particulieren en burgercollectieven en van koloniale bestuursambtenaren en militairen.

Commissie en onderzoeker

De commissie bestond uit de volgende leden:

  • Prof. dr. R.E.O. Ekkart (voorzitter), kunsthistoricus en voormalig directeur RKD Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Daarnaast was professor Ekkart hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en voorzitter van diverse commissies die onderzoek hebben gedaan naar de herkomst van in de Tweede Wereldoorlog geroofde kunstwerken.
  • Prof. dr. V. Smeulders, hoofd Geschiedenis bij het Rijksmuseum en bijzonder hoogleraar Musea en Erfgoed aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij was lid van de Adviescommissie Nationaal Beleidskader Koloniale Collecties, Raad voor Cultuur en deed onderzoek naar de omgang met koloniaal erfgoed en het slavernijverleden in Nederland, Suriname, Curaçao, Ghana en Zuid Afrika.
  • Dr. M. Bossenbroek, historicus, voormalig directeur Collecties en Dienstverlening van de Koninklijke Bibliotheek en voormalig universitair hoofddocent Publieksgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Auteur van diverse boeken over onder andere Nederlands-Indië, waaronder De wraak van Diponegoro. Begin en einde van Nederlands Indië waarin hij de Java oorlog en de dekolonisatieoorlog beschrijft.

De commissie benoemde per 1 mei 2024 onderzoeker mevrouw S. van Wijk MA om het onderzoek uit te voeren. Zij is gevraagd vanaf 1 juni 2026, als vervolg op haar onderzoek, invulling te geven aan de online ontsluiting van de resultaten.

Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje Nassau

De Koninklijke Verzamelingen zorgen namens de Koning voor het cultuurhistorisch erfgoed van het Huis Oranje Nassau en maken dit toegankelijk voor een breed publiek. Zij bewaren, beheren, conserveren, bewerken en ontsluiten de door verschillende particuliere stichtingen aan het toevertrouwde collecties en archieven. Een van deze stichtingen, de SHVON, heeft als belangrijk speerpunt het in bruikleen geven van objecten aan musea in binnen en buitenland. Verder worden de collecties (digitaal) toegankelijk gemaakt voor publiek en onderzoekers.

Cached at 2026-05-28T18:25:34.607719