12-08-2020     Paleis Noordeinde is al ruim vier eeuwen - met enkele tussenpozen – nauw verbonden met het Huis Oranje-Nassau. Het gebruik van het gebouw en de ruimte veranderde meermaals. De verschillende opeenvolgende vorsten lieten hun sporen achter op het gebied van gebruik, smaak en stijl. De meest bijzondere meubelen zijn speciaal voor het paleis ontworpen, vervaardigd en vaak in de loop van de tijd aangepast. Zo liet iedere generatie haar stempel na op het paleisinterieur. De collectie is altijd met zorg en aandacht onderhouden en gerestaureerd. De collectie zitmeubilair leende zich, vooral door het toepassen van een nieuwe bekleding, bij uitstek voor modernisering.

 
intro zitmeubilair
 
tabouret schick

Ontwerp voor het Winterpaleis

Na zijn terugkeer in Nederland werd besloten om voor koning Willem I het voormalige Oude Hof, zoals Paleis Noordeinde tot dan toe bekend stond, grondig te verbouwen en opnieuw in te richten als winterresidentie. In 1822 komt de nieuwe balzaal gereed, volledig gedecoreerd in de modieuze Franse Empirestijl met griffioenen en palmetmotieven. Langs de wanden is plaats voor 50 krukjes, ook wel tabouretten genaamd. Ze zijn speciaal voor deze ruimte ontworpen door meubelmaker Johannes Abraham Schick, die zich later in Den Haag vestigde.

Aan het hof was hij allang geen onbekende meer; hij had ook voor koning Lodewijk Napoleon verschillende meubelen vervaardigd. Zijn vergulde tabouretten zijn versierd met leeuwenkoppen en waren van oorsprong bekleed met een karmozijnrode stoffering, die was geleverd door de Parijse firma Blanchon. Op een portret van prinses Marianne is één van de tabouretten met zijn oorspronkelijke stoffering afgebeeld, zodat we nog steeds een beeld hebben van deze eerste uitmonstering. Omstreeks 1860 werd de rode zijde vervangen door een zijde met een bont bloemenpatroon, zoals te zien op de voorgrond van een aquarel door Herman Ten Kate. De tabouretten worden nog altijd in de balzaal gebruikt en zijn nu bekleed met paardenhaar in de kleuren goud en rood.

marianne
balkonkamer2

Ouderwets

De balkonkamer werd in 1821 voor Willem I verbouwd. Architect Jan de Greef was verantwoordelijk voor het Empire ontwerp. De kamer werd ingericht met een mahoniehouten ameublement, bestaande uit een canapé, twaalf fauteuils en zes stoelen. De set was bekleed met een blauwe zijde voorzien van oranje en gouden militaire trofeeën. In hoeverre de koning zelf bij de ontwerpen betrokken was is niet bekend. Zijn echtgenote Wilhelmina van Pruisen had zeker een actieve rol bij de bepaling van de inrichting. Toen koning Willem III in 1854 besloot om het paleis - net als zijn grootvader - als winterresidentie te gebruiken, werd de inrichting van de balkonkamer vermoedelijk als ouderwets bestempeld. Bij de wijzigingen die volgden bleef alleen het plafond gespaard. De ruimte kreeg een nieuwe wit geschilderde en met goud versierde betimmering en wandvlakken met wandbespanning zoals we die nu nog kennen. De bruine mahoniehouten meubelen kregen een plaats elders in het paleis en de door Schick in 1819 geleverde vergulde stoelen uit de annexen van de balzaal werden in de balkonkamer geplaatst. Deze stoelen waren van oorsprong compleet verguld. Misschien omdat het passender werd gevonden bij de wit geschilderde betimmering werden de stoelen grotendeels wit gelakt. Alleen wat vergulde accenten zijn opnieuw aangebracht. Nu, bijna 170 jaar later, worden de stoelen nog steeds gebruikt.

In de stijl van Daniel Marot

Nadat koning Willem III in 1890 overleed en zijn tweede echtgenote Emma van Waldeck-Pyrmont als koningin-regentes was aangesteld, werd het interieur van de dagelijkse eetzaal ingrijpend gewijzigd. De Empire inrichting maakte plaats voor een interieur in Lodewijk XIVe stijl, dat was geïnspireerd op de door koning-stadhouder Willem III bewonderde architectuur van Daniel Marot. De Haagse firma H.P. Mutters en Zoon was onder meer verantwoordelijk voor het vervaardigen van de zes dientafels, die nog steeds in de kamer worden gebruikt. De stoelen die werden besteld sloten volledig aan bij de stijl van de ruimte. Een bijzonder detail is dat een van deze stoelen vijf centimeter lager is; een speciale aanpassing voor koningin Emma.

eetzaal
indischezaal

Javaanse Inspiratie

Ter gelegenheid van het voorgenomen huwelijk van koningin Wilhelmina en prins Hendrik in 1901, werd in Nederlands-Indië gewerkt aan een passend huldeblijk: een Indische kamer voor Paleis Noordeinde. Voor de vervaardiging van de meer dan duizend losse onderdelen tellende betimmering werden beeldsnijders uit de hele Indonesische archipel in Batavia samengebracht om de klus te klaren. De betimmering werd in djathihout uitgevoerd en voorzien van motieven uit de Javaans hindoe-boeddhistische traditie en eigentijdse Javaanse beeldsnijkunst. Voor de verdere aankleding van de Indische Zaal diende dit Javaanse houtsnijwerk vervolgens ter inspiratie.

De architect Louis Jean Chrétien van Es ontwierp vier tabouretten en twee banken, die hij door de firma H.P. Mutters en Zoon liet vervaardigen. Ze werden versierd met snijwerk van rozetten en cartouches en bekleed met een rode zijde, afgewerkt met randen van gouddraadborduursel naar Indonesische motieven. Inmiddels is deze oorspronkelijke zijde vervangen door een dieprode variant.

tabouretIZ
ijslandse wol

Koningin Beatrix besloot om na haar inhuldiging in 1980 Paleis Noordeinde als werkpaleis te gaan gebruiken. Hiervoor werd het paleis ingrijpend verbouwd en gerestaureerd. Haar werkvertrekken werden in het zogenaamde ‘bruine kwartier’ ingericht, genoemd naar de mahoniehouten betimmering uit de tijd van koning Willem I. Professor Wim Quist ontwierp de nieuwe meubels. Hij vond het belangrijk dat er één geheel zou ontstaan, waarbij traditie en vernieuwing zouden samenkomen. Quist liet zich daarbij inspireren door de vorm van vroeg 19-eeuwse Empire fauteuils die aansloot bij de stijl van de ruimtes. De stoelen werden uitgevoerd in een moderne witte IJslandse wol, zodat de kleurige kleding van de koningin goed uit zou komen.

Onderhoud en restauratie

Gasten die vanuit de paleistuin binnenkomen, worden ontvangen in de overwegend witte achtervestibule. Het kleine beetje kleur in deze ruimte komt van tabouretten van verguld beukenhout. Deze set werd rond 1820 gemaakt vermoedelijk voor de balzaal in het Brusselse paleis van de latere koning Willem II. Na de afscheiding van België in 1830 is een gedeelte van de inrichting van dat kroonprinselijk paleis naar Paleis Kneuterdijk in Den Haag overgebracht. Toen een deel van het paleis in het midden van de 19e eeuw werd afgebroken, werden de tabouretten waarschijnlijk naar Paleis Noordeinde gebracht. In de loop der jaren hebben ze meerdere bekledingen gehad. De wat stugge bekleding die is aangebracht van paardenhaar kan relatief goed tegen licht en gebruik.

achtervestibule
restauratie tabouret1

Om ervoor te zorgen dat de meubelen in goede staat en geschikt voor gebruik blijven, wordt de collectie periodiek met een fijne kwast van stof ontdaan. Omdat het dunne laagje vergulding kwetsbaar is, treedt er na verloop van tijd soms toch wat slijtage op, waardoor restauratie nodig is. Bij de tabouretten uit de balzaal is sprake van een poliment- of watervergulding: over de houten constructie van de tabouret zijn als onderlaag meerdere witte krijtlagen gemengd met lijm aangebracht. Daaroverheen gaat een rode klei, ook wel bolus genoemd, waarop met een kwast een dun laagje bladgoud is aangebracht. Plaatselijk is dit bladgoud met een agaatsteen gepolijst zodat het gaat glanzen. Zo ontstaat een levendig spel tussen de glanzende ornamenten en de meer matte achtergrond.

Herinnering aan het huwelijk

Twee tabouretten uit deze set hebben een uitzonderlijk verhaal; ze zijn gebruikt bij het huwelijk van koning Willem-Alexander en koningin Máxima in de Nieuwe Kerk in Amsterdam en hebben voor die gelegenheid een extra kussen en een nieuwe bekleding gekregen. Door hun rol op die belangrijke dag zijn ze onlangs naast allerlei andere betekenisvolle objecten afgebeeld op de wandbespanning van de Blauwe Salon in Paleis Huis ten Bosch.

huwelijk prins Willem alexander Maxima1

Online zomeropenstelling 2020