De Koninklijke Verzamelingen beheren twee handschriftencollecties van grote inhoudelijke waarde die men hier niet zou verwachten aan te treffen. Deze collecties werden grotendeels aan het eind van de negentiende eeuw verworven door prins Alexander en zijn moeder koningin Sophie, echtgenote van koning Willem III. Ze bevatten unieke documenten met name uit de tijd van de Dertigjarige Oorlog, de Reformatie en de Verlichting. Voorbeelden zijn brieven van Luther, de keizers Maximiliaan en Karel V, Rousseau en Voltaire, Dickens, Ingres en van Nederlanders als Johan van Oldenbarnevelt, Johan de Witt, Michiel de Ruyter en Jacob Cats. Ook bevat de collectie een handschrift met verslagen van de Raad van Beroerten uit de tijd van de hertog van Alva en het manuscript voor Le meunier d'Angibault van de Franse schrijfster George Sand.

 
introhandschriftencollecties
 

Met de conservering en digitalisering van deze collecties gaat een lang gekoesterde wens in vervulling. In samenwerking met het Huygens ING/NL-Lab worden de handschriften op duurzame wijze voor de eeuwigheid bewaard en digitaal toegankelijk gemaakt voor onderzoekers uit binnen- en buitenland. Dit gebeurt met financiering vanuit Metamorfoze, het Nationaal Programma voor het behoud van het papieren erfgoed. In 2022 komen de stukken, die zo’n 13 meter en ruim 36.000 pagina’s beslaan, online beschikbaar op de website van de Koninklijke Verzamelingen.

Portret van prins Alexander

Collectie handschriften, eerste serie

Prins Alexander kocht in 1882 de eerste autografenserie (met de huidige signatuur G015) aan van de Duitse boekhandelaar en verzamelaar Theodor Oswald Weigel te Leipzig. De prins verzamelde handschriften uit historische belangstelling. Hij had Albert de Liagre, consul van de koning, al eens gevraagd hem te informeren als er interessante autografen op de markt zouden komen.

Toen Weigel overleden was, haastte de consul zich dan ook te schrijven naar de adjudant van de prins. Dit was een buitenkans en er moest snel gehandeld worden voordat anderen lucht van de verkoop kregen. De Liagre had de catalogus van de collectie in handen en stelde vast dat het misschien wel de meest complete verzameling van dat moment was. Op zijn brief werd positief gereageerd en met een trein ‘à grande vitesse’ werd de collectie naar Nederland vervoerd.

Theodor Oswald Weigel
De tweede autografenserie is ontstaan door aankopen van en schenkingen aan koningin Sophie en haar zoon prins Alexander.

De collectie bevat voornamelijk brieven van personen die een rol speelden in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Johan t'Serclaes van Tilly, Albrecht von Wallenstein en Gabriël Bethlen zijn enkele hoofrolspelers waarvan handschriften aanwezig zijn. Daarnaast zijn er veel brieven van vorsten te vinden, grotendeels uit de zestiende en zeventiende eeuw, uit allerlei delen van Europa: van Zweden tot aan Italië en Spanje, van Engeland tot aan Polen. Ten slotte bevat de collectie een serie brieven van geleerden en kunstenaars. We herkennen vooral veel theologen uit de Reformatie, zoals Luther, Calvijn, Melanchthon en Bullinger. Bijzonder is ook de naam van Jan Hus, voorloper van de Reformatie, die op 6 juli 1415 op de brandstapel stierf. Andere beroemde geleerden en kunstenaars zijn bijvoorbeeld de Duitse kunstschilder Albrecht Dürer, de Nederlandse rechtsgeleerde en schrijver Hugo de Groot en de Deense astronoom Tycho Brahe.

Er is nog niet zoveel bekend over de inhoud van deze stukken. Ze werden destijds verzameld vanwege het handschrift. Zo bevinden zich ook stukken in deze serie die alleen de handtekening van een persoon bevatten. De brieven zijn nu ontsloten op naam van de afzender maar het is minstens zo interessant te weten aan wie de stukken gericht waren. Ook onderzoek naar de herkomst van de onderdelen van de collectie is de moeite waard. De beschikbaarstelling van de collectie biedt dus niet alleen een rijke bron aan informatie maar ook aanleiding tot nieuw onderzoek en toekomstige nadere ontsluiting.

detail brief Maarten Luther
rousseau

Collectie handschriften, tweede serie

Bij de tweede autografenserie ligt de nadruk vooral op de achttiende en negentiende eeuw. Deze collectie is ontstaan door aankopen van en schenkingen aan koningin Sophie en haar zoon prins Alexander. Samen met latere schenkingen van handschriften aan leden van het Koninklijk Huis vormt deze de tweede autografenserie met signatuur G016. Bijzonder is het correspondentiearchief van de van oorsprong Geneefse boekhandelaar en uitgever Marc-Michel Rey te Amsterdam. Bij hem gaven filosofen van de Verlichting, zoals Rousseau, Voltaire en Diderot, hun werk uit. Prins Alexander schafte deze correspondentie afkomstig uit de collectie Angély aan op de veiling van Martinus Nijhoff van 5 april 1880.

Alexander kocht regelmatig handschriften op veilingen aan. Zo ook de collectie Michelot die in mei 1880 aangeboden werd op een veiling van het veilinghuis Charavay te Parijs. Alexander kwam in het bezit van brieven van onder anderen Madame de Maintenon, Hortense de Beauharnais, Talleyrand, en ook weer van Rousseau en Voltaire. In het secretariaatsarchief van de prins is correspondentie over deze aankoop te vinden. Op 11 mei 1880 schreef de diplomaat en intermediair Alphonse de Stuers dat hij voor de recent aangeschafte collectie Michelot 5129,30 francs moest betalen, een aanzienlijke som. Alexander kocht ook van particulieren. Zo verwierf hij in juli 1881 van de letterkundige Servaas de Bruin twee brieven van Charles Dickens en één van de Zweedse schrijfster Emilia Carlén-Smith voor 80 gulden.

Brief van Charles Dickens aan Servaas de Bruin
manuscript van een gedicht 'Hommage à Igor Strawinsky' van Jean Cocteau

De tweede autografenserie bevat niet alleen maar aankopen maar ook schenkingen aan leden van het koninklijk huis. Zo werd rond 1870 aan koningin Sophie een brief van de Amerikaanse president Thomas Jefferson aangeboden. In 1909 schonk de letterkundige J.F.M. Sterck aan koningin Wilhelmina ter gelegenheid van de doop van prinses Juliana een brief uit 1621 van Maria van Reigersberch, vrouw van Hugo de Groot. En tijdens het staatsbezoek aan Frankrijk in 1991 van koningin Beatrix en prins Claus werd hem het manuscript van Jean Cocteau van het gedicht ‘Hommage à Igor Strawinsky’ gepresenteerd.

Van prins Alexander naar het Koninklijk Huisarchief

Toen prins Alexander in 1884 overleed, werden de verzamelingen in twee koffers en kisten overgebracht naar luitenant-generaal Arnold Emile Mansfeldt, die destijds archivaris van het Koninklijk Huisarchief was. Het gebouw zoals we dat nu kennen, bestond toen nog niet. De archieven waren in die tijd gehuisvest in het voormalige woonhuis van Fagel aan het Noordeinde 138-140. Bij de handschriftencollectie van Weigel was de Duitse inventaris meegeleverd. Deze was opgesteld door Johann Eduard Hess, die daar maar liefst 32 jaar over gedaan had. Hess schreef een inleiding bij zijn inventaris waarin hij de historische sensatie die je kunt beleven aan dergelijke handschriften mooi verwoordde: ‘Schon der Gedanke, dass dessen Hand auf diesem Streifen Papier geruht, seine Auge einst den Blick auf desselbe geworfen hat, wirkt mächtig auf den Gedanken an die vergangene Zeit’.

Portret van luitenant-generaal Arnold Emile Mansfeldt
Het huis van Alexander aan de Kneuterdijk

Van de andere handschriften (de tweede serie) was geen inventaris aanwezig, maar de meeste bundels waren wel voorzien van etiketten waarop de inhoud vermeld stond. Deze stukken lagen in een kast in de slaapkamer van de prins, hij had ze dus zelf in beheer. Mansfeldt maakte vervolgens met medewerking van majoor E.M.A. Bijleveld inventarissen van de twee series. Aan de tweede serie zijn in latere jaren handschriften toegevoegd en zijn er verbeteringen in de beschrijvingen aangebracht.

In de afgelopen jaren is veel werk verricht aan het toegankelijk maken van de collecties. De veelal nog handgeschreven beschrijvingen zijn ingevoerd in het beheersysteem, aangevuld, gecontroleerd en verbeterd. De stukken zijn geconserveerd en gerestaureerd waar nodig en ze worden op dit moment gedigitaliseerd. In 2022 wordt deze schat aan informatie toegankelijk voor iedereen.