25-04-2018    In 2018 is het 200 jaar geleden dat Koning Willem I in Leiden het Rijksmuseum van Oudheden oprichtte. Dit viert het museum met een grote tentoonstelling over de geschiedenis van het instituut. Bezoekers wandelen langs twee eeuwen museumgeschiedenis en zien talrijke voorbeelden uit de collectie die daar een rol bij speelden. De tentoonstelling speelt zich af tegen de achtergrond van de veranderende wereld tussen 1818 en 2018. ‘Rijksmuseum van Oudheden ‘Al 200 jaar van nu’ wordt op 25 april feestelijk geopend en loopt tot 15 september 2018.

intro RMO
 

Archæologisch Cabinet

Koning Willem I benoemde op 13 juni 1818 Caspar Reuvens tot buitengewoon hoogleraar archeologie aan de universiteit van Leiden. Reuvens kreeg de opdracht om een nationaal ‘Archæologisch Cabinet’ op te bouwen. De collectie van het nieuwe museum bestond destijds uit 150 Griekse en Romeinse beelden. In de jaren daarna kocht het museum grote collecties aan uit het oude Egypte en de Klassieke Oudheid. Ook werden objecten uit het oude Nabije Oosten voor het museum vergaard. Vanaf 1827 vonden namens het museum de eerste archeologische opgravingen van Nederland plaats.

willemI

Geschenken

De koninklijke familie bleef van tijd tot tijd bij het museum betrokken. Zo kocht het museum in 1839 met geld van koning Willem I een grote collectie Griekse vazen van Lucien Bonaparte, de broer van keizer Napoleon. Van koningin Sophie ontving het museum alle oudheden die zij en haar zoon prins Willem verzamelden. Onderdeel van die schenking waren onder andere terracotta beeldjes, die koningin Sophie in 1876 van de beroemde archeoloog Heinrich Schliemann had gekregen. Een latere directeur van het museum, J.H. Holwerda, deed in 1907 op uitnodiging van koningin Wilhelmina opgravingen op de Kroondomeinen bij Paleis Het Loo. De koningin en haar man prins Hendrik brachten een bezoek aan de grafheuvelopgravingen. Een aantal verslagen, tekeningen en foto's van Holwerda's bevindingen bleef bewaard in de Koninklijke Verzamelingen, maar de opgegraven objecten werden door de koningin aan het museum geschonken.

grafheuvel

osiris canopus

Bruiklenen uit de Koninklijke Verzamelingen

Tegenwoordig is het Rijksmuseum van Oudheden een levendig podium voor de oudheid, met ruim 200.000 bezoekers per jaar. De rijke en veelzijdige verzameling telt meer dan 180.000 objecten uit het oude Egypte, de Klassieke Oudheid, het oude Nabije Oosten en het vroege Nederland. Dat het Rijksmuseum van Oudheden de plek is voor oudheden, is ook na 200 jaar voor de Koninklijke Verzamelingen nog een gegeven. Daarom zijn de Osiris Canopus, een Boeotische terracotta danseres uit de vierde eeuw voor Christus en een Etruskische Bucchero Amfoor uit de zesde eeuw voor Christus sinds 2016, als langdurig bruikleen, onderdeel van de vaste opstelling van het museum. Ook voor deze jubileumtentoonstelling werden een aantal objecten uit de Koninklijke Verzamelingen in bruikleen gegeven.

De tentoonstelling

In de eerste zaal van de tentoonstelling schetst het museum het Nederland van 1818. Het modebeeld werd gedomineerd door de Empire stijl, met Egyptische en Romeinse motieven. Ook de Nederlandse wooncultuur in welgestelde kringen volgde deze laatste Franse mode. In de zaal staan twee objecten uit de Koninklijke Verzamelingen opgesteld, die de hang naar de klassieken in die periode mooi illustreren. Er staat een in 1818 door Christoff Nohr geleverde wandtafel (trumeau), voor het dan net door de Prins van Oranje en zijn vrouw Anna Paulowna betrokken Paleis Soestdijk. De latere koning Willem II kreeg het paleis in 1815 als huldeblijk voor zijn succesvolle militaire bijdrage op het slagveld bij Waterloo en Quatre Bras. Het jonge echtpaar gaf opdracht tot de bouw van twee karakteristieke vleugels en liet in de jaren daarop het gehele paleis herinrichten in de modieuze Empire stijl. Ook Paleis Noordeinde, het winterpaleis van koning Willem I, kreeg in die periode een nieuw Empire interieur aangemeten. Verwijzingen naar de Klassieke Oudheid zijn vandaag de dag niet alleen te vinden in de decoraties en het meubilair in de verschillende paleizen. De Egyptische en Romeinse motieven en verwijzingen naar het klassieke zijn te vinden op de meest uiteenlopende objecten in de Koninklijke Verzamelingen, van tafelstukken en pendules, tot schrijfkisten en serviezen. Uit de laatste categorie staat een tête a tête theeservies, gedecoreerd met lieren en arcadische landschappen en met gouden sfinxen als handvatten in de tentoonstelling.

willemi romeinseveldheer

Aardig is dat deze bijzondere tentoonstelling opent met twee portretten van de oprichter van het museum: een olieverfportret van de koning, door Willem Bartel van der Kooi geschilderd in het oprichtingsjaar 1818. De tweede beeltenis van koning Willem I is een opvallend object uit de collectie. In een haast levensgroot standbeeld is de vorst afgebeeld als Romeinse veldheer: een prachtig symbool voor de relatie tussen de koning en de oudheden.